Frontier-portfolio

Product

Koolstof wordt rechtstreeks in bruikbare producten als beton geïnjecteerd en opgeslagen

Permanente koolstofverwijdering

15 % van het fonds uitgegeven

Mensen hebben de mogelijkheid gecreëerd om CO₂ uit de atmosfeer vast te leggen met technologieën als Direct Air Capture, waarbij koolstof rechtstreeks uit de lucht wordt gezogen, en koolstofvastlegging en -opslag (CCS), waarbij emissies van schoorstenen worden afgevangen voordat ze de atmosfeer bereiken.

Maar hoe maak je die vastgelegde CO₂ rendabel? Dat is een grote hindernis voor de koolstofverwijderingsmarkt. Door CO₂ om te zetten in een waardevol product, wordt het een lucratieve zakelijke kans.

Op dit moment wordt de meeste vastgelegde CO₂ gebruikt voor verbeterde oliewinning. Nadat olie-operators druk en water hebben gebruikt om alle mogelijke olie eruit te persen, kunnen ze CO₂ toevoegen om er nog meer uit te persen. De CO₂ fungeert als een oplosmiddel dat olie minder kleverig en eenvoudiger te extraheren maakt. Tijdens dit proces wordt veel CO₂ opgezogen door de aarde en permanent vastgelegd. Dat is een goede manier om de voetafdruk van oliewinning te verminderen, maar we moeten onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen. Daarom is het belangrijk om andere doeleinden voor vastgelegde koolstof te vinden.

Eén gebruikssituatie lijkt bijzonder veelbelovend: beton, het meest overvloedige door mensen gemaakte materiaal ter wereld. We maken er elk jaar 40 miljard ton van, en dat tempo zullen we voorlopig niet verlagen – naar schatting voegen we tot 2060 zo'n twee biljoen vierkante voet nieuwe bouwruimte toe.Voetnoot 1 Dat komt overeen met de komende 40 jaar elke maand een New York City bouwen.

Hoewel beton een betrouwbaar bouwmateriaal is, is het momenteel slecht voor het milieu. Betonproductie maakt 8% van de broeikasgasemissies wereldwijd uit.Voetnoot 2

Maar stel dat we koolstof konden afvangen en in dat beton konden vastleggen om de totale impact op het milieu te verminderen?

Beton vs. cement

Beton en cement zijn niet hetzelfde. Beton is het eindproduct dat bestaat uit cement, water en fijngemalen stenen of zand. Cement is een mengsel van mineralen dat reageert op en verhardt met water. Vergelijk het met het bakken van een taart: cement is de bloem en beton het eindresultaat.

Er is veel energie nodig om cement te maken en er worden bijna altijd fossiele brandstoffen voor gebruikt. Het meeste cement wordt gemaakt door kalksteen tot extreem hoge temperaturen te verhitten, waarbij CO₂ wordt uitgestoten wanneer het in kalk verandert.

Onderneming in de spotlight

CarbonCure

Robert Niven, de CEO van CarbonCure, was al voor zijn 12e verjaardag een echte ondernemer: hij verkocht stickers aan zijn klasgenootjes op het schoolplein. Zijn grote bedrijfsidee kwam bij hem op toen hij in 2005 deelnam aan de klimaatconferentie van de VN in Montreal, waar hij ontdekte dat de vastlegging en opslag van koolstof veel mogelijkheden biedt. Hij combineerde deze nieuwe kennis met de kennis die hij tijdens zijn ingenieursopleiding had opgedaan over permanente opslag van CO₂ in beton, en richtte het bedrijf CarbonCure op.

Hij zag in dat mensen niet zo snel zullen stoppen met het bouwen van dingen met beton. Dus waarom zou hij niet samenwerken met de immense betonindustrie om duurzamere bouwmaterialen te maken?

De technologie van CarbonCure werkt als volgt: CO₂-emissies worden opgevangen en gereinigd, getransporteerd en ter plaatse in betoninstallaties opgeslagen, en vervolgens in beton geïnjecteerd tijdens het mengproces. De geïnjecteerde CO₂ reageert met het betonmengsel en verandert in een mineraal.

Het daaruit resulterende beton is sterker dan de traditionele versie en er is minder van het duurste ingrediënt nodig: cement. Als gevolg hiervan komt er bij elke vierkante meter beton waarin CO₂ is geïnjecteerd gemiddeld 11 kilo CO₂-uitstoot minder in de atmosfeer terecht. Een gemiddeld middelhoog gebouw dat met dit product is gebouwd, voorkomt dat er zo'n 680.000 kilogram CO₂ in de atmosfeer terechtkomt. Dat komt overeen met de hoeveelheid CO₂ die jaarlijks door een bos van ongeveer 360 hectare wordt geabsorbeerd. Bovendien kan de gemineraliseerde CO₂ worden verkocht als certificaat voor koolstofverwijdering, waardoor het proces nog lucratiever wordt.

CarbonCure werkt momenteel al samen met zo'n 300 betonfabrieken. De koolstof die ze in beton hebben gemineraliseerd, vormt 90% van de totale wereldwijde hoeveelheid koolstof die is vastgelegd, gebruikt en opgeslagen – een proces dat Carbon Capture Use and Storage (CCUS) wordt genoemd. Hun ambitieuze doel is om tegen 2030 jaarlijks te voorkomen dat 500 megaton (550 miljoen ton) CO₂-emissies in de atmosfeer terechtkomen.

Wij hebben deze compensatie-aankoop bij CarbonCure gedaan omdat we van mening zijn dat we een markt voor CO₂ als waardevol product moeten creëren. Met onze investering geven we betonproducenten het signaal dat er een vraag naar CO₂ is, zodat hopelijk meer producenten zich aanmelden om met CarbonCure samen te werken. Als dat gebeurt, kunnen branches als Direct Air Capture (DAC) nieuwe inkomstenstromen benutten en de kosten voor hun processen verlagen.

"Beton is de ruggengraat van de moderne maatschappij – en dat zal voorlopig wel zo blijven. Omdat beton zo veelvuldig wordt gebruikt, is beton dat van vastgelegde koolstofdioxide wordt gemaakt een enorme kans om koolstof tegen te gaan, met zowel onmiddellijke voordelen als voordelen op de lange termijn voor het klimaat."

—Robert Niven, oprichter & CEO van CarbonCure